In de middeleeuwen waren er in het destijds dunbevolkte Friesland en Groningen een opmerkelijk groot aantal kloosters gevestigd. De kloosterlingen hielden zich in die tijd bezig met zowel geestelijke als wereldse zaken als landbouw, verveningen en bedijkingen. Mede door die wereldse activiteiten, maar ook om (handels)reizigers een veilige reis te garanderen, werd door de kloosters Klaarkamp (bij Dokkum), het Berghklooster (Bergum) en het 'Onser Lyewe Vrouwenconvent' (bij Drachten) een handelsroute op te zetten, in stand te houden en de beveiliging te garanderen.
In 1453 werd daarom het Kloosterpad, dat de drie kloosters onderling verbond, geïntroduceerd.

 
Heden ten dage nog is dit historische pad grotendeels intact en in de huidige infrastructuur moeiteloos terug te vinden.Sinds een paar jaar is de route op initiatief van de gemeenten Dongeradeel, Dantumadeel, Tytsjerkstradiel en Smallingerland in ere hersteld. Er is uitgebreide documentatie incl. bezienswaardigheden over de 42 km lange fiets/wandeltocht beschikbaar.

.

.

Enkele passages uit de acte van 24 juli 1453:
Wy abten praelaten grietmans oldermans schepenen rechteren raedslude hoefdlingen ende ghemene meente der delen ende landen van Oostergho als Dongera deel Dontmadeel Ferwerdera deel Liowerdera deel Thiatszerkera deel Ydauwerdera deel Smalingherland ende dioe sted fan Liowerd ende fan Dockum bi kannet myt disse epena brieue dat wi een drachtelick myt malckoerum habbet bi gripen ponten ende articulen als hiir ney scrioen steed
---
dis foerscrioene delen ende landen den kaepman tween waghen toe mackien dier hi mit siin gued ynt land ende wta lande reysia mey. Den ene wei fan Liowerd toe Barra convent den oera fan Dockum to Barra convent. Ende elck man dae waeghen toe makien ende toe halden in siin deel ende alzoe gheeth wt seit Donggera deel ende die sted fan Dockum ende Dontma deel den wey wr den faen toe mackien ende te halden tuschen den Broeck ende dae Zwetta. Thiatszerkera deel foerd den kaepman an wey toe mackien ende toe halden fander Zwetta oen Smellingera land toe. Ende Smellingera land foert aen wey toe mackien ende toe halden oen Obstra land. Ende Lioedsmerdam toe mackien als fan aldis siid ende riucht wessen hath.
---
int jeer ws Herens MCCCC tria ende fiiftich des lettere deis nei sancta Maria Magdalena dei.

 
Copyright © 2008